
Koninklijke onderscheiding voor Marianne Berkelaar
DIEMEN Mevrouw Marianne Berkelaar heeft op maandagavond 23 maart een Koninklijke onderscheiding ontvangen. Vanwege haar jarenlange, grote inzet voor de gemeenschap, in het bijzonder voor oudere inwoners van Diemen, werd zij door burgemeester Erik Boog onderscheiden als Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Dit gebeurde in het gebouw van school Noorderbreedte in Diemen-Noord.
Marianne Berkelaar werd verrast tijdens de jaarvergadering van huurdersvereniging Meerzigt. Zij zette zich tot voor kort meer dan 30 jaar in als secretaris en voorzitter voor de belangen van huurders. Zij vervulde haar rol in de huurdersvereniging met bijzondere aandacht voor oudere bewoners. En dat deed zij niet alleen binnen Meerzigt; zij doet dit al jarenlang voor inwoners van Diemen van hogere leeftijd in de hele gemeente.
Betrokken
Marianne Berkelaar is al heel lang actief bij Welzijn Diemen. Nog altijd bezoekt zij inwoners van Diemen van 75 jaar en ouder thuis en informeert hen over mogelijkheden om zelfstandig en gezond te blijven wonen.
Herdenking
Ook is Marianne Berkelaar al langere tijd actief voor Belangenvereniging Begraafplaats Rustoord als secretaris in het bestuur. Zij organiseert mede de jaarlijkse herdenking op de begraafplaats.
Marianne Berkelaar vertelde dat zij totaal verrast was:
Geheim
“In Noorderbreedte was maandagavond een jaarvergadering van huurdersvereniging Meerzigt. Burgemeester Boog zou tijdens de vergadering een werkbezoek brengen. Dat doet hij wel vaker. Het viel mij wel op dat de voorzitter snel door de agenda heen ging. De burgemeester kwam om 21.00 uur binnen en vertelde dat hij een aantal mensen had meegenomen. Plotseling kwamen mijn man Jan en veel familie, vrienden en vriendinnen, en mensen van Belangenvereniging Rustoord en Welzijn Diemen binnen. De burgemeester vertelde over mijn vrijwilligerswerk en dat ik een Koninklijke onderscheiding kreeg. Toen had ik het even niet meer. Iedereen wist er al een tijd van, behalve ik. Ze hebben het goed geheim gehouden. Achteraf viel mij op dat Jan, vlak voordat ik naar de vergadering ging, vroeg of ik mij niet moest omkleden. Dat doet hij anders nooit, haha. Ik droeg een vest, omdat het ’s avonds nogal koud kan zijn.”