
Dertien jaar celstraf en TBS geëist tegen man die vader in Amsterdam doodstak en overval pleegde op BP-tankstation in Diemen
Politie & JustitieDIEMEN/AMSTERDAM – Tegen de 23-jarige William P. uit Amsterdam heeft het Openbaar Ministerie dinsdag dertien jaar celstraf en TBS met dwangverpleging geëist. Volgens justitie vermoordde P. op 29 maart 2024 zijn 65-jarige vader in diens woning in Gravestein, Amsterdam-Zuidoost. Daarnaast stond P. terecht voor een gewapende overval op een BP-tankstation aan de Provincialeweg in Diemen in oktober 2020 en het bezit van een vuurwapen.
Hoewel het zwaartepunt in de strafzaak lag bij de dood van zijn vader, begon het Openbaar Ministerie het requisitoir met de overval in Diemen. Op 9 oktober 2020, rond half tien ’s avonds, stormde een gemaskerde jongen het BP-tankstation in Diemen binnen. In regenpak, handschoenen en met een sjaal voor zijn gezicht sprong hij over de balie en bedreigde een medewerkster met een groot mes. De vrouw moest de kluis openen, wat niet lukte. Wel gaf zij ongeveer 400 euro uit de kassa mee. De overval duurde 42 seconden, maar liet diepe sporen bij het slachtoffer na.
Een getuige zag het gebeuren en belde de politie. Agenten vonden een schoenspoor in omgegooide koffielikeur en niet ver van het tankstation kleding met dna van een onbekende dader. Pas jaren later zou die onbekende een naam krijgen: William P.
P. was ten tijde van de overval net achttien en woonde sinds kort bij zijn vader, na jarenlang nauwelijks contact met hem te hebben gehad. Het samenleven verliep moeizaam. Er waren veel ruzies, onder meer over drugsgebruik en schoolverzuim. Waarom hij de overval pleegde? “Voor beltegoed en een patatje,” zei P. dinsdag in de rechtbank. “Ik schaam me daar nu enorm voor.”
Op 30 maart 2024 werd P.’s vader, Johnny, dood aangetroffen in zijn woning in Gravestein. Hij lag in zijn slaapkamer in een plas bloed, met 23 messteken, vooral in rug, nek en hals. Zeven daarvan waren fataal. Bij de achterdeur lag een stoeptegel waarmee een ruit was ingeslagen. Op de steen zat opnieuw dna van dezelfde onbekende man.
Toen de politie het dna vergeleek, vielen meerdere puzzelstukken tegelijk op hun plaats. Het profiel matchte met het dna op de kleding bij de Diemense overval én met dna op een vuurwapen dat in 2022 in het Rembrandtpark was gevonden. P. werd op 4 juni 2024 aangehouden. In de rechtszaal zaten dinsdag ook zijn halfzus en halfbroer, die speciaal vanuit Aruba waren overgevlogen. Zij verklaarden dat P. na de dood van hun vader ‘mooi weer speelde’ en zelfs het woord nam op de begrafenis. “Het bloed kleefde nog aan je handen. Je hebt ons afscheid voor altijd besmet met je leugens”, aldus zijn halfzus.
P. bekende zowel de overval als zijn betrokkenheid bij de dood van zijn vader. Over dat laatste stelde hij dat hij in de nacht van 28 op 29 maart 2024 in verwarring en verdriet vanuit de woning van zijn tante in Amsterdam-Oost naar de woning van zijn vader was gelopen. Hij wilde met zijn vader spreken en hem confronteren met het door hem gepleegde seksueel misbruik in het verleden.
Toen hij bij de woning aankwam, deed zijn vader niet open. Hij pakte een steen en gooide die door de achterruit. Er zou een ruzie zijn ontstaan, waarna hij in paniek een mes pakte dat op de tafel in de slaapkamer lag. Dat hij zijn vader daarmee 23 keer stak, zou hij niet hebben beseft.
Justitie gelooft daar niets van. Camerabeelden tonen dat P. die nacht bewust met extra schoenen op pad ging, schoenen die hij een dag eerder had gekocht. Ook wisselde hij van simkaart en werden op zijn telefoon zoektermen gevonden als ‘verminderd toerekeningsvatbaar’, ‘mes’ en ‘bloed’. Daarnaast stonden in zijn notities de dag voor de moord emoticons met een mes en de dag daarna met een smiley en een duim omhoog.
Verder blijkt volgens het OM uit sporenonderzoek in de woning dat het slachtoffer nietsvermoedend op bed zijn favoriete serie Star Trek: Discovery lag te kijken toen zijn zoon de woning binnendrong. Er waren geen sporen van een worsteling. Ook zou P., voordat hij de woning verliet, zijn handen en het mes hebben schoongespoeld in de badkamer en de gordijnen van de slaapkamer hebben dichtgedaan. “Dit was geen opwelling”, stelden de officieren. “Dit was een geplande executie.”
Na zijn aanhouding werd P. onderzocht in het Pieter Baan Centrum. Deskundigen constateerden een persoonlijkheidsstoornis, maar konden die niet nader duiden. Een behandeladvies konden zij niet geven.
Dinsdag zeiden de officieren van justitie dat zij, ondanks het uitblijven van een advies, wel vonden dat TBS met dwangverpleging op zijn plaats was. Zijn woede en krenking richting zijn vader, gecombineerd met een instabiele jeugd en cannabisgebruik, maken volgens het OM een verplichte behandeling noodzakelijk. Naast de celstraf en TBS eisten de officieren van justitie schadevergoedingen van 21.000 en 30.000 euro voor respectievelijk de halfzus en halfbroer van het slachtoffer.
Het slachtoffer, Johnny, werd door mensen die hem kenden omschreven als vriendelijk, opgewekt en betrokken. Een trotse opa. Hij was van plan uiteindelijk terug te keren naar zijn geboortegrond Aruba. “Hij zal nooit meer thuiskomen”, aldus de halfzus.
Vandaag gaat de strafzaak verder. Dan komen de advocaten aan het woord.
Op 16 februari doet de rechtbank uitspraak.







