
Vervuild lijkenhuisje (2)
AlgemeenGroeten uit Diemen
De Diemense agent van politie Gerritse liet het er niet bij zitten na zijn onaangename nachtelijk bezoek aan het lijkenhuisje op Gedenk te Sterven in augustus 1931. Met collega Van der Weele had hij daar een uit het water gehaalde overleden man op de baar gelegd nadat ze de ruimte eerst wat gefatsoeneerd hadden. Dat wilden ze niet nog een keer meemaken dus zocht Gerritse contact met de burgemeester én de kerkvoogden. Wie was verantwoordelijk voor het onderhoud? De kerkvoogden hadden de gemeente toegestaan om een gedeelte te gebruiken voor algemene begrafenissen. Maar het pad dat bestemd was om “personen te bergen die van gemeentewege worden geborgen” was onbegaanbaar door onkruid en puin, waardoor er vaak over de oude zerken werd gelopen. Dat was raar en respectloos, maar ook erg was dat gebeurde dat een lijk drie of vier dagen in het huisje bleef liggen zonder dat het gekist was. “En dat,” stelden de kerkvoogden, “bracht natuurlijk moeilijkheden met zich mede dat het kisten met geweld moest gebeuren.” Het schandaal schreeuwde om een oplossing. En die kwam er ook. Wordt vervolgd.







